Onderwerp 4: Stadstaal en dialecten

 

Praten mensen in de stad anders dan op het platteland/ Is een stadstaal dan niet hetzelfde als straattaal? Het antwoord op de eerste vraag is bevestigend. Westlanders hebben allemaal wel eens plat Haags horen spreken en misschien kent een enkeling wel de strip “Haagse Harry”, die meer dan twintig jaar geleden al eens verscheen. Ook het Amsterdams klinkt typisch Amsterdams. Een Utrechtenaar is vaak te herkennen aan een wat scherpere g en de t wordt niet altijd uitgesproken aan het eind van een woord en een Rotterdammer wordt door de kenner duidelijk onderscheiden van een Hagenaar. Stadstalen zijn daarmee een feit.

Als we wat verder kijken, zien we dat de taal die in andere steden wordt gesproken, niet zo veel afwijkt van de taal in de streek erom heen. Een dialect onderscheidt zich van een stadstaal doordat een dialect gesproken wordt in een bepaalde streek. We kennen echter niet alleen dialecten en stadstalen, maar ook nog streektalen. Een streektaal onderscheidt zich van een dialect doordat het niet direct verwant is aan het Nederlands. Het Fies wordt gezien als een aparte taal en is daarmee een streektaal. Friezen mogen in hun provincie dan ook tweetalige borden plaatsen en het Fries wordt aangeboden als vak op school. De overheid moet de Friese taal volgens de wet ook aanmoedigen. Twee andere streektalen zijn het Limburgs en het Nedersaksisch. Deze hebben een lagere status, zodat je in Limburg nergens tweetalige borden tegenkomt. Zo kennen we o.a. het Limburgs, het Brabants, het Zeeuws, het Gronings en het Achterhoeks.

Het Brabants, het Gronings en het Zeeuws zijn dialecten. De vraag kan gesteld worden: hoe standaard is het standaard Nederlands?

Opdrachten

A) Schrijf de volgende zin over: “Heb je zin een kopje thee?” Onderzoek hoe deze zin in het Gronings, in het Brabants en in het Zeeuws klinkt. Vervolgens schrijf je deze drie zinnetjes fonetisch op. (fonetisch = schrijft dat zo goed mogelijk de uitspraak benadert)

B) In hoeverre is het Westlands een dialect? Wordt er in het Westland nu meer standaardtaal gesproken dan 50 jaar geleden? Om deze vraag te beantwoorden, doe je een klein onderzoekje in je directe omgeving. Ga naar oma, opa, tante of oom en stel de vraag of ze van mening zijn dat er vroeger “meer Westlands” werd gesproken dan nu.  Beschrijf je bevindingen op één A-4’tje. Vertel daarbij hoeveel mensen je hebt ondervraagd, wat hun antwoorden zijn en geef antwoord op de vraag of dit onderzoekje representatief is.

C) Voor degenen die niet in het Westland zijn geboren of hun roots niet in het Westland hebben, geldt de volgende opdracht: Probeer eveneens bij familieleden te achterhalen in hoeverre jullie taal afweek van die van de rest van het land. Bestaan er in het land van jouw voorouders dialecten? Beschrijf ze.

Tekstvak: Haagse Harry is een stripfiguâh die fauneities plat Haags spreik. Hè veschein voâh ut eâhs in een maandkrantje dat in ut Haagse ùitgaansleive wegd ùitgedeild, maah wegd daah zau bekend dattie al snel as ège stripfiguâh ging figurere. Haagse Harry waunt ùiteraahd in De Haag, is werrekelaus, grof in de mond, maah hep ùitèndelijk een hagt van gâhd. 
Tekstvak: 't Limburgs (ouch waal Lèmburgs, Limburgsj of Limburgisj) is d'r populaere naam vör 'n verzameling dialekte die in de dialektologie 't Zuidoosnederfrankisch geneumd werre. Me is ooch d'r term 'Limburgs' gaoë gebruke umdat de mètste gebroekers van dis dialekte in èng van de beide Limburge wonne, mae 't haat och luuj in Wallonië en Duutsjland die dis taal nog kalle. 't Limburgs is dus e diasysteem. 't Limburgs is ing vaan de winnige toeëntale in Europa.

Meer weten? Ga naar de bronnen.

Webkwestie Taalkunde